Voeding

Voedselintroductie

Wanneer beginnen met vast voedsel?

Vaak wordt gestart met het eerste fruit- of groentehapje als de baby 4 maanden is. Om te voorkomen dat een baby een allergie krijgt, wordt het geven van bijvoeding voor kinderen met verhoogde kans op een allergie het best gestart onder begeleiding van een diëtist. Door te vroeg te starten met bijvoeding, zou mogelijk een allergie kunnen worden uitgelokt – echter door te lang te wachten, kan de ontwikkeling vertragen. Om op tijd te kunnen beginnen (te lang wachten is ook niet goed), is het aan te bevelen om op de leeftijd van 4 maanden een afspraak te maken met een diëtist, die ervaring heeft met voedselallergie. Geef het 1e jaar geen sterke allergenen (koemelk, soja, kippenei, pinda, noten, pitten en zaden, vis, schaal- en schelpdieren) zonder overleg met een diëtist.

Lange tijd heeft men aangenomen dat uitstel van introductie van vaste voeding de ontwikkeling van allergie kon voorkomen. Maar; dat is niet waar gebleken. Sterker nog, het lijkt er op dat uitstel juist ontwikkeling van een allergie in de hand kan werken.

Er is geen bewijs dat eliminatiedieet tijdens de zwangerschap en borstvoeding zinvol is ter voorkoming van allergische ziekten. Als de baby lijkt te reageren op de borstvoeding, dan kan een dieet van de moeder wel zinvol zijn.

Het advies is daarom bijvoeding te geven vanaf 6 maanden, eventueel 4 maanden. Met betrekking tot de introductie van sterke allergenen ontbreekt ook bewijs van de zin van het uitstellen. Echter, voor kinderen met een sterk verhoogd risico op allergieën moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden of thuis introductie verantwoord is. Bespreek daarom jouw situatie met je eigen arts, zodat hij/zij mee kan inschatten wat in jouw geval het beste is.

Heeft je kindje eerder meer honger? Overleg dan met arts of je meer voeding mag gaan geven of geef wat vaker de borst!

Waarmee beginnen en wat zeker niet?

Je kan het beste beginnen met groenten en daarna fruit, waarbij je het fruit eerst het best gekookt kan aanbieden (dan is het minder allergeen).

Relatief goed verdragen producten zijn: bloemkool, courgette, broccoli, wortel, rijst(epap), peer, perzik, mango, rijpe meloen. Zie hieronder voor een uitgebreider overzicht.

De volgende allergene producten kan je bij kinderen met (verhoogde kans op) allergieën het beste niet geven zonder overleg met een diëtist:

Overzicht NIET GEVEN

Wat in ieder geval aan te raden is, is als je groente en fruit allemaal succesvol geintroduceerd hebt, dan voorzichtig te kijken of je allergenen kan introduceren. Begin dan met allergenen uit het bovenste rijtje. Gaat het goed, prima. Gaat het niet goed, stop dan en wacht tot de genoemde leeftijd (ook hier: overleg met je arts). Let wel: geef niet meteen het pure allergeen, maar begin met (als voorbeeld melk) bijvoorbeeld met brood waar melk in verwerkt zit.

Als dat goed gaat, begin dan met ‘zure varianten’: bijvoorbeeld kwark, karnemelk e.d. omdat de eiwitten hierin vaak minder snel tot problemen leiden dan de ‘pure’ melk. Geef als alles goed gaat, pas als laatste de melk zelf.

Hoe moet je voedsel introduceren?

Nieuwe dingen proberen kost erg veel geduld, omdat je soms ook om niets een stap terug naar af moet (tandje doorgekomen), maar besef dat als je het NU niet goed doet, je het nooit meer zo zuiver kan achterhalen als nu.

Introduceer 1 voedingsmiddel per 3 dagen, in opklimmende hoeveelheid. Dit geeft een duidelijk inzicht in de reacties van het kind en een te snelle introductie wordt voorkomen.

Indien er een reactie optreedt, stop dan met de introductie totdat de klachten verdwenen zijn. Probeer het voedingsmiddel pas later opnieuw.

Houd op een invulformulier goed bij welk voedingsmiddel is gegeven en de eventuele reactie.
Zeef het voedingsmiddel de eerste week, om uw kind aan de nieuwe smaak en veranderende consistentie te laten wennen. Geef de voeding hierna geleidelijk dikker en grover.

Geef het voedingsmiddel bij voorkeur aan het begin van de dag, omdat eventuele reacties overdag beter op te merken zijn dan ’s avonds.

Gekookte voedingsmiddelen worden soms beter verdragen dan rauwe, hetgeen met name geldt voor fruitsoorten. Begin daarom liefst met gekookte producten: wordt het verdragen, kan je de rauwe variant uitproberen.

Gebruik de voedingsmiddelen het liefst in zuivere vorm (enkelvoudig) en zonder hulpstoffen (kleur-, geur- en smaakstoffen).

Er kunnen zich omstandigheden voordoen dat je kind anders reageert op voeding dan normaal, bijvoorbeeld na vaccinatie, bij diarree, een infectie of het krijgen van tanden. Introduceer op deze dagen geen nieuwe voedingsmiddelen.

Triggers

Triggers zijn producten die een zelfde reactie kunnen geven als sterk allergene producten en dienen niet als eerste bijvoeding gebruikt te worden:
Aardbei, kiwi, tomaat, varkensvlees, citrusfruit, chocola en verschillende specerijen (o.a. vanille).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *